Voetbal International
Home / Achtergronden / Columns / Michel van Egmond

Ongelooflijk: ook Bert en Cooky geen wereldkampioen

19/07/2010 13:45

Het was een paar weken voor het begin van het WK. Bert van Marwijk zat in zijn favoriete restaurant in Rotterdam. Hij had alleen een voorgerecht besteld. De bondscoach is geen grote eter.

Naast hem Cooky Voorn, zijn schaduw, achter een dampende pan mosselen. Zijn bril besloeg er van.

Aan tafel ging het eerst nog over van alles. Over klaverjassen en Jorien van den Herik, over Limburg en hoe lekker je daar met je hond kon wandelen, en over Fortuna Sittard, waar Cooky ooit in de dug-out had zitten huilen vanwege alweer een degradatie.

Maar al snel ging het de rest van de avond alleen nog over het aanstaande WK. 'Zes wedstrijden en heel veel geluk, dan kunnen jullie met de Wereldbeker in je handen staan', zei ik, om ook maar eens iets te zeggen. 'Gek idee hè?'

Er viel gelijk een stilte aan tafel. Bert keek naar Cooky. Cooky keek terug. 'Dat je dan in één keer iedereen overtreft', zei ik. 'Rinus Michels, Guus Hiddink, Karel Lotsy, Ernst Happel: iedereen.' Even was het of Cooky zich in een mossel ging verslikken.

Ook Bert van Marwijk leek opeens bevangen door de omvang van het hele idee. Hij kon in elk geval een ogenblik alleen nog met zijn hoofd schudden.

'Ongelooflijk', zei hij.

Dat zegt de bondscoach veel, ongelooflijk. Het is één van zijn stopwoordjes. Twee weken zei hij het weer. Het was vroeg in de wedstrijd tegen Uruguay. Even daarvoor had Giovanni van Bronckhorst het mooiste doelpunt van het WK gemaakt.

In de dug out was iedereen door het dolle geraakt. Zelfs Frank de Boer liet zijn Oeroeboeroe wenkbrauwen een tijdje dansen en produceerde een grimas die zowaar op een lach leek. Bert van Marwijk juichte alleen. Je hoefde geen ervaren NOS-liplezer te zijn om te kunnen ontcijferen wat hij daarbij zei.

'Ongelooflijk.'

Vorige week zondag wandelden Bert en Cooky door de spelerstunnel van het Soccer City Stadium, op weg naar het veld voor de WK-finale. Meer dan een half miljard mensen, van de Noordkaap tot de Seychellen, keken naar hen.

De twee vrienden zagen er gespannen uit. Het leek of ze zich bewust waren dat er meer op het spel stond dan alleen de Wereldbeker, dat hier de identiteit van Nederland als voetballand in het geding was.

De gouden generatie uit de jaren zeventig kon voorgoed in de schaduw worden gezet, Johan Cruijff, Willem van Hanegem, Rob Rensenbrink, Marco van Basten en al die anderen voor eeuwig worden bijgezet in hetzelfde mausoleum waar Abe Lenstra en Faas Wilkes allang verbleven, en eindelijk – eindelijk! – kon ook afscheid worden genomen van het quasi-romantische idee van Oranje, het briljante elftal dat op de beslissende momenten aan zelfdestructie ten onder gaat, maar altijd troost kan putten uit de schoonheid van hun spel.

Maar het mislukte. Zaterdag 11 juli 2010 had het nieuwe ijkpunt van de Nederlandse voetbalgeschiedenis moeten worden, maar het werd de verlenging van een trauma. Die dag verspeelden Bert en Cooky de wereldtitel, zoals hun beroemde voorgangers dat ook al hadden gedaan.

Ongelooflijk.


Michel van Egmond

SPELERS

CLUBS

COMPETITIES

WEDSTRIJD

'Ik heb altijd een bepaalde klik met de fans, omdat ik voorop ga in de strijd'
De kersverse FC Utrecht-aanwinst Frank Demouge (Voetbal International).